Wil je leren Kolven?

Je leert het snel,
& het spel
blijft je verrassen!

Home > Geschiedenis

Historie

De werkelijke geschiedenis van de kolfsport is in de mist van de ongeschreven historie gehuld gebleven. Slechts hier en daar worden tipjes van een dikke sluier opgeheven, maar het precieze verhaal zal altijd wel verborgen blijven.

In de middeleeuwen werden zowel het malie- als het colfspel veel gespeeld. Bij het colfspel werd de bal met houten colven geslagen. Een colf is een stok met een verzwaarde onderkant. Net als het maliespel werd ook het colfspel in de open lucht gespeeld. Het colfspel was een 'lang' spel, dat werd gespeeld op straten, pleinen, velden en, in de winter, op het ijs. Er was een iepen- of beukenhouten bal voor nodig, die werd geslagen met de colf. Naast de betrekkelijk goedkope houten ballen werden ook met haar of met veren gevulde bezaanleren ballen gebruikt. Het was de kunst om in zo min mogelijk slagen een bepaald doel te raken, of om in een vast aantal slagen een zo groot mogelijke afstand af te leggen.

Bij het spelen werd er soms grof gewed; op 4 december 1387 zegelde Ruwaard Albrecht van Beieren, die het stadhouderschap over Holland, Zeeland en Henegouwen waarnam voor zijn geesteszieke broer Willem V , een charter voor Den Briel, waarbij hij het wedden bij kansspelen in Den Briel verbood. Er werd echter een uitzondering gemaakt voor het kaatsen en voor "den bal mitter colven te slaen buten der veste onser Stede voirscreven". Men liet in Den Briel het wedden dus toe bij het colven, maar dan wel buiten de stad.

Meermalen werd er in de straten gecolfd en dan vloog een bal vaak door een ruit of kwam hard tegen een voetganger aan. Er werd dan ook dikwijls geklaagd dat "goede luyden beseert en glaessen uytgesmeten" werden. Ook kwamen er klachten over het "slick ende vuylnis met hare colven tegen de huysen te smyten".
De bestuurders van land en stad deden dan ook hun uiterste best het colfspel alleen toe te laten in "geoirlofde plaetsen". Zo gaf Albrecht van Beieren op 20 februari 1390 de Haarlemmers een stuk grond "buten der houtpoort", dus in de Haarlemmerhout, om daar te colven.
Vooral wilde men het colven in de straten tegen gaan en in een keur van Zierikzee van 1429 werd uitdrukkelijk bepaald "dat nyemant den bal en sla up de straten met colven, die voren verlood of verijsert sijn". Er werden hier dus al bij het colven stokken met een loden en ijzeren kop gebruikt. Bij overtreding moest men dikwijls een kledingstuk afstaan.

Velen verdienden aan het colfspel een goed stuk brood. In een ordonnantie van 22 december 1474 te Middelburg werd melding gemaakt van "poorters of poorteressen" die colven en ballen verkopen. In de 15e eeuw kwamen er vooral colfbanen en colfvelden voor in de steden van het graafschap Holland, maar ook in de steden Utrecht, Amersfoort, Middelburg en Zierikzee. In verschillende steden is sprake van colfmakers: in Leiden krijgt omstreeks de 15e eeuw de Colfmakerssteeg zijn naam.

Het colfspel ging nog al eens gepaard met het nodige lawaai. In 1587 verbood de Utrechtse vroedschap tijdens de predikatie het colven vanwege het razen en tieren van de spelers en toeschouwers. De vroedschap wilde op deze manier ook bevorderen dat men geregeld de preek ging bijwonen. Het colfspel werd populair en het verbreidde zich behalve over Holland en Utrecht ook over Friesland en Zeeland: de 17e eeuw werd de bloeitijd van het colfspel in de Republiek. Het was ook populair in Schotland en dan vooral in de havensteden die met onze Republiek in verbinding stonden. Er werd druk handel gedreven in colfmaterialen: hier werd gespeeld met "Schotse klieken" en in Schotland vonden de in Holland en Brabant gemaakte ballen gretige aftrek.
Het colfspel werd zo populair dat colfspelers op tegels, gevelstenen, tabak- en snuifdozen en op speelkaarten afgebeeld werden. Op 29 januari 1660 werd in Leiden zelfs een colfmakers-gilde opgericht.

En dan, betrekkelijk plotseling, worden tegen het eind van de 17e eeuw de openluchtspelen minder geliefd. Het oude colfspel begint te verdwijnen...
 

De kolfsport komt op

In het begin van de 18e eeuw werd een ander balspel geliefd: het kolfspel. Het korte spel werd op een kolfbaan, een als het ware verkleinde maliebaan, gespeeld. Deze banen waren ongeveer 24 tot 30 meter lang en ca. 5 meter breed. Zij waren rondom begrensd door houten schotten, die in de loop der jaren steeds lager werden en die net als bij het maliespel 'rabat' heten.
Veel banen waren echter kleiner en dat maakte voor het spel zelf ook weinig uit. Dit kortere spel was uiteraard van invloed op het te gebruiken spelmateriaal. Op de oudste afbeeldingen waren de kolfspelers nog in de weer met hun kleinere ballen en lichte stokken van het eerdere colfspel.
Als doelen werden, net als bij het maliespel, twee palen gebruikt die in de lengteas van de baan werden geplaatst, op enige afstand van de kopse rabatten. Deze palen werden aanvankelijk loodrecht en later enigszins schuin, naar het midden overhellend geplaatst en heetten ook wel 'de stukken'. De bal bleef aan de grond, waardoor de kantschotten laag konden blijven.

Het grote verschil met het colf- en maliespel was, dat bij kolf de palen geen doel op zich zijn, maar evenals de rabatten deel uitmaken van het spel. Men moest niet lukraak slaan: de paal moest worden geraakt en er kan, zoals bij het jongere biljarten, via de band worden gespeeld. Men heeft het spel niet altijd op dezelfde manier gespeeld: het is geleidelijk tot het hedendaagse kolfspel geëvalueerd. Het kwam er op aan juist te richten. Zwaarder materiaal is daarvoor beter geschikt. Al spoedig werden dan ook de oude colfattributen vervangen. De ballen bij het kolfspel werden groter en de klieken zwaarder. Een speler had een eigen kliek nodig om zijn veerkrachtige bal te klappen, en niet echt slaan zoals bij colf, maar eigenlijk meer voortschuiven. Rond 1840 werd de zware rubber- of gummibal geïntroduceerd.

Natuurlijk waren de herbergiers er snel bij om een kolfbaan in hun herberg aan te leggen. Het aantal kolfbanen was imponerend aan het eind van de 19e eeuw. Alleen in Amsterdam al waren er meer dan 200! Slechts 1 baan heeft de geschiedenis overleefd: in 1730 werd in de herberg "De Hollandsche Tuyn" in de Boterstraat te Utrecht een open kolfbaan met lemen vloer in gebruik genomen. Deze herberg kwam in 1644 in bezit van het Eloyen Gasthuis, en de baan was uitsluitend in gebruik bij de broeders van dat gasthuis. Men voelde niet zoveel meer voor het spelen in de open lucht en in 1760 werd de kolfbaan van het Eloyen Gasthuis overdekt. Hoewel deze in 1884 iets werd verplaatst, is deze baan tot op heden blijven bestaan en is daarmee veruit de oudste en meest bijzondere baan van Nederland, nog steeds in gebruik bij de leden van het Smedengilde van Utrecht.

Oprichting Nederlandsche Kolfbond

In de loop van de 19e eeuw ging echter het kolfspel aan belangstelling verliezen.

Op 5 en 6 november 1884 had de arts G.C. van Balen Blanken de leiding bij een kolfwedstrijd, die uitgeschreven was door de club "De 4 Eenen" te Spanbroek. Omdat het kolven gevaar liep door andere sporten te worden verdrongen, kwam hij op de gedachte de nog bestaande kolfclubs te verenigen in een Nederlandsche Kolfbond. Hij sprak er met anderen over en op 13 mei 1885 werd in het lokaal van de kolfclub "Keer Niet" in de sociëteit De Vereniging te Haarlem de Nederlandsche Kolfbond opgericht: van Balen Blanken nam de voorlopige leiding op zich.

De eerste clubs die zich bij de Kolfbond aansloten kwamen uit Bolsward, Alkmaar, Goes, Gouda, Haarlem, Nieuwe Niedorp, Spanbroek en Hoorn. In het eerste jaar voegden zich Delft, Schiedam en Zuid-Scharwoude erbij. Na de oprichting van de bond werden spelregels en het puntenspel als richtlijn gesteld. Hierdoor verdween langzamerhand het zgn. 'streepjeskolven', waarbij de palen in zo min mogelijk slagen geraakt moesten worden en waarmee een 'streepje' gehaald kon worden.
In 1911 werd nog op 110 banen gekolfd.

In de loop der jaren moest de Kolfbond zwichten voor de vooruitgang: vele banen moesten worden opgeven. De Kolfbond heeft zelf geen kolfbanen in bezit maar is afhankelijk van de goodwill van de kastelein om deze in stand te houden. Velen vonden het 'ruimtevreters' en er moest plaatsgemaakt worden voor podia, bars, biljarttafels, restaurant of disco. Alleen Noord-Holland en 1 baan in Utrecht bleven trouw aan 'de kliek'.
Toch kon er tegen het van de 20e eeuw nog een succes worden geboekt: in 1985 werd het 100-jarig bestaan van de Kolfbond gevierd. Dit feest mocht worden bekroond met de ontvangst van het predikaat "Koninklijk", een wapenfeit waar men nog steeds trots op is. Laten wij hopen dat dit 'tot in eeuwigen dage' zo mag blijven.



​Nieuwe mobiele baan

De Nederlandse Kolfbond heeft een nieuwe mobiele kolfbaan aangeschaft....

Indeling 6-tallen dames seizoen 2017-2018

Indeling 6-tallen dames seizoen 2017-2018...

De Nederlandse kampioenschappen op RTVNH

Vandaag heeft RTVNH een bezoek gebracht aan het NK in De Linde te Opmeer....

Trien Duin Nederlands kampioen Kolf

Na een week van kwalificatiewedstrijden begonnen zaterdagmiddag 18 maart om 13.30 uur de 27 hoogstgeplaatste speelsters, plus de 3 aspirant kolfsters ...

Hanneke Dekker slaat 60 punten

De eerste 60 punten op het NK zijn binnen!...

Poule-indeling 6-tallen heren 2017-2018

Hierbij de poule-indeling 6-tallen 2017/2018 die gisteravond is geloot op de voorjaarsvergadering te Opmeer....

Officiële opening Nederlands kampioenschap 2017

Zondag 12 maart heeft voorzitter Mark Aberkrom het Nederlands Kampioenschap geopend. Dit gebeurde in een goed gevulde zaal van "De Linde" in Opmeer....

Wedstrijdleiding en indeling heren NK 2017

NK Heren 2017 van 20 t/m 25 maart in "De Linde"te Opmeer....

Finale 6-tallen heren

Finale 6-tallen heren werd gewonnen door Op Maat – Zuid-Scharwoude met 30 matchpunten. 2e werd Niet Klappen - Hoogwoud met 26 pt. 3e Over de Helft/S...

Jan Rood overtuigend Nederlands kampioen sajetkolven

Langedijk. In Café “De Schelvis” in Zuid Scharwoude is Jan Rood van kolfvereniging “Niet Klappen” uit Hoogwoud Nederlands kampioen sajetkolve...

Wedstrijdleiding en indeling dames NK 2017

NK Dames 2017 van 12 maart t/m 18 maart in “De Linde” te Opmeer....

Piet Woestenburg 70 jaar lid van Gezellig Samenzijn en de KNKB

Op dinsdag 21 februari werd de jaarvergadering van Gezellig Samenzijn gehouden. Het bestuur van deze traditierijke vereniging had het bestuur van de K...

Open dagen kolfsport

Drie dagen demonstratie kolfsport in Winkelcentrum Broekerveiling....

Jan Polman - 65 jaar lid van “Onder Vrienden”

Tijdens de jaarvergadering van “Onder Vrienden” op 16 februari werd Jan Polman gehuldigd met zijn 65-jarige lidmaatschap van “Onder Vrienden” ...

SPANNENDE STRIJD FINALE DAMES ZESTALLEN 2017

Op maandag 13 februari 2017 werd op de prachtige kolfbaan van Celavi de finale gespeeld van de dames zestallen....

Opgave NK Opmeer 2017

Aan alle verenigingen het dringende verzoek om zich vòòr 6 februari a.s. op te geven....

Nederlandse Kampioenschappen 2017

Beste leden, Er blijkt bij de leden nog onduidelijkheid te bestaan over de komende Nederlandse Kampioenschappen. In tegenstelling tot de vorige jar...

30-slagen Midwoud (correctie 4e klas)

In de uitslag van de 30-slagen, De Post - Midwoud, is een fout geslopen....

WEBSITE PROJECT AFGEROND

VERENIGINGEN BESCHIKKEN NU OVER EIGEN DEEL BONDSSITE...

Indeling 6-tallen heren seizoen 2016 – 2017

Na loting zijn de 6-tallen voor het seizoen 2016-2017 als volgt ingedeeld:...

Indeling 6-tallen dames seizoen 2016 - 2017

Na loting zijn de 6-tallen voor het seizoen 2016-2017 als volgt ingedeeld:...

Wedstrijdschema

Rooster NK en KK

Aan de agenda is het rooster voor de Nederlandse- & Klassekampioenschappen toegevoegd.