Wil je leren Kolven?

Je leert het snel,
& het spel
blijft je verrassen!

Home > Over kolven

Het kolven

Het kolfspel wordt beoefend met een slaghout (de kliek) en een gummi- of sajetbal. Kliek is ook de aanduiding voor het kromme uiteinde van het slaghout, welke in vorm iets lijkt op de hockeystick.

Gummiebal en kliek
Sajetbal en kliek

Het kolfspel wordt gespeeld op een overdekte kolfbaan, meestal 17.5 meter lang en 5 meter breed, volkomen vlak en afgezet met rabatten. Aan beide uiteinden staat op twee meter van de kant een paal schuin in de grond geslagen.
De baan is verdeeld in 13 vakken, waarvan de eerste neutraal is. Het hoogste getal is twaalf en staat aangegeven in het vak dat het dichtst bij de achterzijde ligt. De belangrijkste kunst in het kolven is het geven van het juiste effect met de bal op de paal, in de juiste snelheid. 
De uiteindelijke positie waar de bal terechtkomt is bepalend voor het aantal behaalde punten.

Concentratie, richting- en maatgevoel, daar draait het om in de kolfsport. Oftewel, zoals de kolvers zeggen: 'je leert het snel, maar het spel blijft je verrassen!'. Het spel van vroeger brengt zeer veel plezier aan de mensen van nu. De spanning, het fanatisme, de strijd om de eer.



Klik  hier   voor een filmpje van het spel!
 

Elke serie vergt drie klappen


 Uitklap

Bij de eerste klap (uitslag) staat de kolver naast de voorpaal met de bal geplaatst op het hart van de voorlijn óf daarachter en slaat zijn bal richting de achterpaal. Raakt de bal bij de uitslag de achterpaal, dan mag men de bal op een voorkeursplaats plaatsen (de zogenaamde "aanbal") voor de volgende klap - de Opklap. Is de paal niet geraakt, dan blijft de bal liggen waar hij uitkomt.
 

 Opklap

De tweede klap is de 'opslag'. Hierbij moet de kolver de bal via de achterpaal naar de voorpaal slaan. Opnieuw geldt dat als de tweede paal wordt geraakt, men de bal mag neerleggen waar men wil. Wordt de paal niet geraakt, dan moet de bal worden geslagen vanaf het punt waar hij uitkomt. Dit kan dichtbij de tweede paal zijn, maar ook vrij ver er vanaf. Komt de bal heel ongelukkig uit en blijft hij achter de paal liggen, dan volgt een moeilijke slag.

 Puntenklap

De derde klap is de 'puntenslag'. Via de voorpaal moet de bal de puntenvakken ingeslagen worden. In het vak dicht bij de voorpaal krijgt men één punt, oplopend tot het allerlaatste vak waar het maximale aantal van twaalf punten kan worden behaald. Een partij kan voor de kolver dus maximaal 5x12=60 punten opleveren. Mist de speler echter de paal bij de opslag of puntenslag dan heeft hij een 'poedel' geslagen en krijgt in het geheel geen punten.




Rabobank Clubkas campagne

Bent u lid van Rabobank Kop van Noord-Holland? Stem voor de Rabobank Clubkas Campagne dan op uw vereniging! ...

Afscheid Annie Luik

Op de ALV van 1 april 2019 heeft Annie Luik afscheid genomen als bestuurslid van de KNKB....

Uitleg foto(‘s) plaatsen in het verenigingsnieuws

Hier vind u een korte introductie voor het invoeren van een foto tussen de tekst....

DENK AAN AVG-TRANSPARANTIE EN PRIVACYSTATEMENT

Met de ingang van de aangepaste wet AVG is het verplicht om transparant te zijn over de verwerking van persoonsgegevens van sporters. ...

Wedstrijdschema

Wedstrijdschema

Rooster NK en KK

Aan de agenda is het rooster voor de Nederlandse- & Klassekampioenschappen toegevoegd.